Sprookjeswedstrijd
Onze leerlingen deden mee aan de sprookjeswedstrijd van het Belang van Limburg. Leerlingen van de tweede graad hadden de opdracht om een sprookje te schrijven, de leerlingen van de derde graad schreven een gedicht. De resultaten mochten er zeker zijn, want we hebben gewonnen! Vrijdag 18/11 komt een reporter langs in onze school voor een interview en een foto voor de krant.
In de fotogalerij staan alvast foto's van ons harde werk.
Lucy in het betoverde sprookjesland
Er was eens een meisje dat Lucy heette. Ze was erg arm en had geen ouders meer. Ze had enkel een klein hutje om te schuilen met een moestuintje waarin ze werkte om wat te kunnen eten. In sprookjesland – je weet wel hier niet zo ver vandaan – in de Efteling, woonde een lieve fee. Zij had over het meisje gehoord en wilde haar helpen. De fee ging naar Lucy om voor haar te zorgen. Ze kreeg alles wat haar hartje wenste. De fee zorgde voor haar zoals een lieve moeder en elke avond las ze voor uit het grote sprookjesboek.
Op een dag gebeurde er iets verschrikkelijks. Een enorme zwarte raaf kwam bij het hutje aangevlogen en ontvoerde Lucy in zijn klauwen mee de lucht in. Hij nam haar mee naar een groot donker kasteel met een grote poort en een draak in de torens om te waken. De fee kon haar niet meer helpen en was erg verdrietig. Zij herkende de raaf, want hij was het betoverde huisdier van de boze heks Esra.
Bij het kasteel aangekomen maakte Lucy kennis met de gemene heks die alles betoverd had. Ook het kasteel zelf dat vroeger een mooi en kleurig paleis was geweest. De heks had ook nog een huisdier dat buiten in het water van de vijver zwom. Een reusachtige kikker. De heks krijste tegen ieder die het waagde in de buurt te komen: ‘Uit welk land komen jullie? Ik laat mijn kikker vuur op jullie spuwen, vieze mensen!!! Dat is hier mijn kasteel, er staat toch geen welkom!!! Ben je blind of zo?!’
In het kasteel zelf kon je wel verdwalen, zo groot was het. Alles was donker en vies en vuil. De deuren kraakten, spinnen kropen er rond en het stonk. Lucy ontdekte gauw dat er ook een prins in de kerker gevangen werd gehouden. Zijn vader de koning was heel erg ziek en zijn zoon was de enige prins die koning kon worden. Als hij er niet meer was, zou de heks de koningin worden over heel sprookjesland. Lucy kwam dit allemaal te weten toen ze per ongeluk de kerker met de prins vond en met hem kon praten. Ze vond de prins ook erg knap.
De prins had haar gevraagd om zijn paard te zoeken. Die zou ook ergens in het kasteel opgesloten zijn. Hij zei dat het heel erg belangrijk was voor hem. Stiekem ging Lucy op zoek naar het paard en ze vond hem in een piepklein stalletje. Tot haar grote verbazing kon het paard spreken! Hij zei: ‘Ik ben een eenhoorn en alleen mensen die eerlijk zijn in hun hart kunnen mij horen.’ Terwijl hij dat zei kwamen er vleugels en een hoorn uit zijn lijf. Hij vroeg Lucy om als een echte ruiter op zijn rug te klimmen. Samen wisten ze te ontsnappen naar feeënland.
Daar ontmoette Lucy de fee weer die jarenlang zo goed voor haar gezorgd had. Je kan wel geloven hoe gelukkig die twee waren om elkaar weer te zien. De eenhoorn nam Lucy mee naar een geheime wensfontein die alleen hij wist te liggen. Het meisje mocht drie wensen doen:
Haar eerste wens was de betovering van de heks te verbreken. En twinkel, twinkel, wat een wonder… alles veranderde rond het kasteel. Het werd weer een mooi gebouw vol kleur en veel licht, de raaf werd bevrijd van de betovering, de draak kon weer vrij rondvliegen en de kikker werd gewoon weer een vrolijke kikker die in zijn vijvertje kwaakte. De prins werd bevrijd en de heks verdween… poef!
Haar tweede wens was voor de koning. Ze wenste dat hij weer beter zou worden en twinkel, twinkel, wat een wonder… de koning stond weer uit zijn bed recht en kon zijn volk weer helpen.
Haar derde wens was voor haarzelf. Ze vond de prins zo knap en wilde bij hem zijn. En twinkel, twinkel, wat een wonder,… daar moest de prins geen twee keer over nadenken. Hij trouwde met Lucy, de redster van sprookjesland. Op de bruiloft was iedereen uit het land uitgenodigd. Sneeuwwitje met haar prins en de zeven dwergen, Roodkapje en zelfs de wolf was erbij, Assepoester, de drie biggetjes, de zeven geitjes en hun moeder, Hans en Grietje, echt iedereen was er. Jaren later, toen Lucy zelf al een kindje had, sprak men nog van die betoverende dag. En ze leefden nog lang en gelukkig.

Laatst aangepast ( dinsdag, 22 november 2011 10:39 )


